Veelgestelde vragen

Hier vindt u de veelgestelde vragen over het windpark. Staat uw vraag of antwoord er niet tussen? Neem dan gerust contact met ons op door een e-mail te sturen naar info@windparkderietvelden.nl

Over het windpark

Windpark De Rietvelden is een samenwerkingsverband van Heineken Brouwerij ‘s-Hertogenbosch, containerterminal BCTN, sloop- en aannemersbedrijf Barten, de familie Pennings en duurzaam energiebedrijf Raedthuys Pure Energie. Samen willen zij lokale, groene energie produceren voor de regio. Burgerinitiatief coöperatieve vereniging Bossche Windmolen West (BWW) is betrokken om de participatie van burgers en ondernemers in lokale opwekking mogelijk te maken. BWW is de doelcoöperatie die voorkomt uit Energie Coöperatie 073 (EC073).

We willen 4 windmolens realiseren op en nabij bedrijventerrein De Rietvelden. Bekijk hier de voorkeursopstelling van de initiatiefnemers. Bekijk ook de foto impressies van de windmolens.
Om te bepalen of een locatie geschikt is voor windmolens, wordt gekeken naar onder andere natuurwaarden, landschapswaarden, woningen in de omgeving, de aanwezigheid van hoogspanningslijnen, gasleidingen, wegen, bedrijven, wettelijke normen voor geluid en slagschaduw en natuurlijk of het er voldoende waait. Dat laatste wordt met hightech gedaan. Dat gebeurt met de zogeheten LIDAR-apparatuur. Dat apparaat staat op de grond, maar kan met behulp van een onzichtbare laser de windsnelheid op hoogte meten. 
Het is lastig om daar op dit moment precieze details over te geven. We volgen vanzelfsprekend de wettelijke procedures en bijbehorende inspraakmogelijkheden. Wij hopen dat de windmolens van Windpark De Rietvelden medio 2019 lokale, groene energie kunnen gaan leveren aan Bossche burgers en bedrijven.

De opbrengst is mede afhankelijk van welk type windmolen er uiteindelijk komt te staan. Maar de opbrengst van de vier beoogde windmolens samen zal naar verwachting 33.500.000 kWh tot 36.700.000 kWh per jaar zijn.

Dat betekent dat elke windmolen afzonderlijk 8.300.000 kWh tot 9.100.000 kWh per jaar aan elektriciteit opwekt. Dit is gebaseerd op windmetingen die een jaar lang op de beoogde plek van het windpark zijn gedaan.

 

Ter vergelijking: een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt thuis 2980 kWh per jaar (bron: CBS). Dat wordt verbruikt om bijvoorbeeld thuis de lampen te laten branden, de wasmachine te laten draaien en om televisie te kijken. Dus deze vier windmolens wekken in een jaar evenveel op als ongeveer 11.200 tot 12.300 huishoudens thuis verbruiken.
’s-Hertogenbosch heeft 67.385 huishoudens, dus afgezet tegen het totale aantal huishoudens in ’s-Hertogenbosch is dat ongeveer 16 tot 18 procent van de huishoudens.

 

Een andere vergelijking om de hoeveelheid opgewekte windstroom uit te drukken, is om dit te vergelijken met het gemiddelde elektriciteitsverbruik per Nederlander:

In 2015 werd in Nederland in totaal 118.370.000.000 (ruim 118 miljard) kWh aan elektriciteit verbruikt. Dit is alle elektriciteit die wordt verbruikt in woningen, bedrijven, scholen, elektrische auto's, sporthallen, ziekenhuizen, openbare verlichting en zo verder.
In 2015 telde Nederland 16.975.465 (bijna 17 miljoen) inwoners.

 

Als het totale elektriciteitsverbruik wordt gedeeld door het aantal inwoners, is bekend hoeveel de gemiddelde Nederlander (direct en indirect) aan elektriciteit verbruikt: 

118.370.000.000 kWh gedeeld door 16.975.465 inwoners = de gemiddelde Nederlander verbruikt 6973 kWh aan elektriciteit per jaar.

 

Dat betekent dat de vier beoogde windmolens van Windpark De Rietvelden samen per jaar evenveel elektriciteit opwekken als 4804 tot 5263 Nederlanders (direct en indirect) per jaar verbruiken.

 

Er is nog geen bepaald type windmolen gekozen vanwege de innovatie van windmolens. Er komen steeds nieuwe en betere windmolens, die ontwikkeling gaat alsmaar door. Door niet bij voorbaat een exacte windmolen te kiezen, is er de ruimte om bij het daadwerkelijk verlenen van de vergunning de beste windmolen te kiezen die op dat moment beschikbaar is. Als al wel geruime tijd vóór het verkrijgen van de vergunning een bepaald type windmolen wordt gekozen, is er de kans dat deze windmolen bij de start van de bouw is ingehaald door nog betere molens. Dat wordt voorkomen door nu uit te gaan van maximale afmetingen en de exacte windmolen later te kiezen.

De windmolens van Windpark De Rietvelden wekken samen naar verwachting 33.500.000 tot 36.700.000 kWh per jaar op. Daarmee besparen zij 19.597 ton tot 21.469 ton CO2-uitstoot.
Dat staat gelijk aan het planten van 979.850 tot 1.073.450 bomen. 

Er is nog geen keuze voor een bepaalde hoogte of een bepaald windmolentype gemaakt. Daarom is voor de onderzoeken en visualisaties een voorbeeld-windmolen gebruikt. Hierbij zijn we uitgegaan van windmolens met een ashoogte van 125 meter en een rotordiameter van 122 meter. Dat betekent dat een wiek dan 61 meter lang is. Die afmetingen betekenen dat de tiphoogte (het bovenste puntje als de wiek recht overeind staat) 186 meter is. De wieklengte is namelijk de helft van de rotordiameter.

Klik hier voor een illustratie waarin termen als ashoogte en rotordiameter worden uitgelegd.

Het voornemen is een vergunning aan te vragen voor windmolens met maximaal deze afmetingen. Groter dan dit worden de windmolens dus niet. 

 

Met deze maximale afmetingen zijn de beoogde windmolens groter dan bijvoorbeeld de bestaande windmolen Treurenburg in 's-Hertogenbosch. Dat is het gevolg van de subsidiesystematiek voor duurzame energie. Windmolens kunnen net als zonneparken, water-, biomassa- en geothermiecentrales aanspraak maken op de SDE+ - subsidie van het Rijk. De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de opbrengst van grijze energie, het zogenaamde correctiebedrag. Alles over deze subsidie kunt u hier lezen.

Deze subsidie neemt elk jaar af. De systematiek is zo ingericht dat er zoveel mogelijk duurzame energie wordt opgewekt tegen zo laag mogelijke kosten. Producenten van duurzame energie worden zo geprikkeld om steeds minder subsidie aan te vragen en de productiekosten van hun energie te verlagen. Om te zorgen dat windmolens met de dalende subsidie toch rendabel blijven, moeten windmolens meer stroom opwekken. Daardoor is de landelijke trend dat - net als de beoogde molens in 's-Hertogenbosch - windmolens groter worden.

 

Hoe hoger in de lucht, hoe harder en constanter het waait en hoe meer stroom windmolens opwekken. Als de wieken bijvoorbeeld twee keer zo groot zijn, wekt een windmolen vier keer meer stroom op. Klik hier voor meer uitleg daarover. Ook een hogere ashoogte zorgt ervoor dat windmolens meer stroom kunnen opwekken en dus ondanks de dalende subsidie rendabel blijven.

 

Klik hier voor een artikel over hogere windmolens in Noord-Brabant. Naar aanleiding van dit artikel stelde de Statenfractie van de PVV in Noord-Brabant schriftelijke vragen aan Gedeputeerde Staten. De antwoorden op deze vragen kunt u hier lezen.

 

 

Ja, het waait hard genoeg. Zo staat er al enkele jaren een windmolen op de Treurenburg. In 2015 wekte deze windmolen 5.100.000 kilowattuur (kWh) op. Met een gemiddeld verbruik van 3000 kWh per huishouden (bron: CBS) is dat genoeg voor 1700 huishoudens. Meer informatie over deze windmolen kunt u hier vinden.
Het klopt uiteraard dat het aan de kust en op zee harder en vaker waait. Maar dat betekent niet dat ’s-Hertogenbosch ongeschikt is voor windmolens. Het gaat bij windmolens om de windsnelheid op ongeveer honderd meter hoogte. Daar waait het harder en constanter. De wind wordt op die hoogte niet onderbroken door bijvoorbeeld gebouwen en bomen. Daarom zijn windmolens groot en hebben ze lange wieken. Daardoor vangen ze veel wind in die hogere luchtlaag en wekken veel stroom op.
Een windmolen wekt al stroom op vanaf een windsnelheid van drie meter per seconde. Dat is ongeveer windkracht twee. Uit de windkaart blijkt dat de windsnelheid in de gemeente ‘s-Hertogenbosch op honderd meter hoogte gemiddeld lager is dan zeven meter per seconde. Dat is lager vergeleken dan andere delen van het land, maar vaak nog wel harder dan die drie meter per seconde die minimaal nodig is.   

Alleen inzetten op bijvoorbeeld zonne-energie of biomassa is niet genoeg om de doelstellingen voor een klimaatneutraal ’s-Hertogenbosch te realiseren. Bovendien is windenergie op dit moment de goedkoopste optie voor duurzame energie. Zonne-energie is sterk in opkomst, maar momenteel nog fors duurder dan windenergie. Eén windmolen levert net zoveel stroom als 12 voetbalvelden met zonnepanelen. Uit onderzoek blijkt ook dat dit nog jaren het geval zal zijn. Dat onderzoek (‘MKEA zon-pv en wind op land’) kunt u hier lezen.
Het belangrijkste is dat windmolens en zonnepanelen geen concurrenten zijn. Het is allemaal nodig om in de toekomst ook genoeg energie op te wekken. Zo heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch in het Energietransitieprogramma 2016-2020 berekend dat er op alle geschikte daken zonnepanelen moeten liggen, op 300 hectare grond moeten ook zonnepanelen komen én er zijn twintig windmolens nodig om in 2050 klimaatneutraal te zijn. En ook dat is niet genoeg. Er moet dan tevens veel minder energie worden verbruikt en alsnog energie van buiten de gemeente komen. Het is allemaal nodig, omdat er heel grote hoeveelheden energie worden verbruikt in de maatschappij.
Daarnaast vullen windmolens en zonnepanelen elkaar vaak goed aan. Als het hard waait, schijnt de zon meestal minder of niet. Andersom schijnt de zon vaak feller als het zachter waait. Samen zorgen zonnepanelen en windmolens dan voor een stabiele stroom aan elektriciteit. Daar kunt u hier meer over lezen. Daarom moeten windmolens en zonnepanelen als aanvullend op elkaar worden gezien.  

Er wordt van uitgegaan dat de vier windmolens van windpark De Rietvelden een ashoogte van maximaal 125 meter en een rotordiameter van maximaal 122 meter krijgen. Dat betekent dat een wiek dan maximaal 61 meter lang is. Die afmetingen betekenen dat de tiphoogte (het bovenste puntje als de wiek recht overeind staat) maximaal 186 meter is. De wieklengte is namelijk de helft van de rotordiameter.

Klik hier voor een illustratie waarin termen als ashoogte en rotordiameter worden uitgelegd.

Er is een vergunning aangevraagd voor windmolens met maximaal deze afmetingen. Groter dan dit worden de windmolens dus niet.

 

Met deze maximale afmetingen zijn de beoogde windmolens groter dan bijvoorbeeld de bestaande windmolen Treurenburg in 's-Hertogenbosch (tiphoogte 139 meter). Dat is het gevolg van de subsidiesystematiek voor duurzame energie. Windmolens kunnen net als zonneparken, water-, biomassa- en geothermiecentrales aanspraak maken op de SDE+ - subsidie van het Rijk. De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de opbrengst van grijze energie, het zogenaamde correctiebedrag. Alles over deze subsidie kunt u hier lezen.

Deze subsidie neemt elk jaar af. De systematiek is zo ingericht dat er zoveel mogelijk duurzame energie wordt opgewekt tegen zo laag mogelijke kosten. Producenten van duurzame energie worden zo geprikkeld om de kostprijs van hun energie te verlagen en steeds minder subsidie aan te vragen. Om te zorgen dat windmolens met de dalende subsidie toch rendabel blijven, moeten windmolens meer stroom opwekken. Als een windmolen meer stroom opwekt, daalt de kostprijs per opgewekte kilowattuur (kWh). Daardoor is de landelijke trend dat - net als de beoogde molens in 's-Hertogenbosch - windmolens groter worden.
Hoe hoger in de lucht, hoe harder en constanter het namelijk waait en hoe meer stroom windmolens opwekken. En als de wieken bijvoorbeeld twee keer zo groot zijn, wekt een windmolen vier keer meer stroom op. Klik hier voor meer uitleg daarover. Dus grotere windmolens wekken meer stroom op, waardoor de kostprijs per opgewekte kWh daalt en windmolens ondanks de dalende subsidie rendabel blijven.

Klik hier voor een artikel over hogere windmolens in Noord-Brabant. Naar aanleiding van dit artikel stelde de Statenfractie van de PVV in Noord-Brabant schriftelijke vragen aan Gedeputeerde Staten. De antwoorden op deze vragen kunt u hier lezen.

Klik hier voor een poster die de verschillen laat zien tussen de bestaande windmolen Treurenburg en beoogde nieuwe windmolens van windpark De Rietvelden.

Windmolens op zee moeten ook. Hiervoor geldt eigenlijk hetzelfde verhaal als voor zonnepanelen: met alleen windmolens op zee komen we er niet. Er is zoveel energie nodig dat er windmolens op zee én land nodig zijn. Naast zonnepanelen en andere energiebronnen. Een verhelderend artikel hierover kunt u hier lezen.
Bovendien zitten er ook zeker voordelen aan windmolens in uw omgeving. Het biedt de kans om stroom te krijgen die in uw eigen buurt is opgewekt. Dat maakt u onafhankelijker van andere landen of grote bedrijven. Dankzij een windmolen in de buurt kunt u uw eigen energieleverancier zijn, met ook de bijbehorende financiële voordelen. In ’s-Hertogenbosch kan dat via de coöperatie Bossche Windmolen West (BWW). Deze coöperatie zorgt dat omwonenden en bedrijven in de omgeving gezamenlijk eigenaar kunnen worden van een windmolen van windpark De Rietvelden. Bovendien wordt een deel van het rendement van deze windmolens besteed aan projecten in de omgeving van de molen. Zo kan de windmolen de omgeving vooruit helpen.
Meer informatie hierover is hier te vinden, op de website van BWW

Windmolens moeten worden gefabriceerd en dat kost energie. Vervolgens moeten ze een tijdje in gebruik zijn voordat ze de energie die het heeft gekost om ze te maken, zelf hebben opgewekt. Voor windmolens geldt dat ze na ongeveer een half jaar hun eigen energie hebben opgewekt.

Ja, in principe wel. Maar een molen staat ook wel eens stil. Bijvoorbeeld voor onderhoud of als het niet waait. Een molen wordt ook wel eens stilgezet om slagschaduw op nabijgelegen woningen te voorkomen. Zo wordt voorkomen dat het maximale aantal uur slagschaduw op een woning wordt overschreden. Een windmolen mag maximaal 6 uur slagschaduw per jaar veroorzaken op een woning.
Er staan in Nederland al best veel windmolens. Op de website www.windstats.nl kunt u live zien hoeveel stroom al die windmolens samen opwekken. Op een winderige dag is dat al gauw genoeg stroom voor een paar miljoen huishoudens. Ook www.energieopwek.nl is een interessante website.

De exploitant van een windmolen krijgt subsidie per kilowattuur die hij produceert. Dat is nodig omdat stroom uit wind duurder is dan ‘grijze’ stroom: het opwekken van stroom uit wind kost ongeveer 8 cent per kilowattuur, terwijl het op de handelsmarkten ongeveer 5 cent oplevert. Het verschil is de subsidie die de minister geeft om groene stroom te kunnen laten concurreren op de energiemarkten.

Deze subsidie - de SDE+ - wordt elk jaar verlaagd, zodat producenten van duurzame energie worden geprikkeld hun productiekosten te verlagen. 

Windenergie kán rendabel zijn, maar alleen door de regels van de energiemarkt te veranderen. Namelijk door de vervuiler te laten betalen. Grijze stroom heeft een hoge CO2-uitstoot en uitstoot van vervuilende stoffen. Dit zorgt voor klimaatverandering en schade door vervuiling. Nu gebeurt dat niet en zijn die kosten voor de maatschappij. Daar kunt u bijvoorbeeld hier meer over lezen.

Als bedrijven zouden moeten betalen voor de schade die de uitstoot veroorzaakt bij de productie van de grijze stroom die zij gebruiken, zou de prijs van grijze stroom enorm stijgen. En daarmee zou groene stroom vanzelf de goedkoopste energievorm worden.

Het IMF berekende enige tijd geleden dat er wereldwijd veel gemeenschapsgeld wordt besteed aan fossiele brandstoffen die dus erg milieuvervuilend zijn. Denk aan rechtstreekse subsidies, maar ook belastingvoordelen. Het gaat in totaal om ongeveer 5000 miljard dollar, zegt het IMF. Het rapport van het IMF kunt u hier lezen.

Bovendien horen windmolens – ook op land – bij de efficiëntste vormen van duurzame energie. Dat blijkt ook uit recent onderzoek dat hier te vinden is. Als bijvoorbeeld zonnepanelen dezelfde hoeveelheid energie moeten opwekken als deze geplande vier windmolens, is er veel meer subsidie nodig.

Daarnaast daalt de subsidie elk jaar. Hiermee worden windmolenbouwers en –exploitanten geprikkeld om steeds betere en dus efficiëntere windmolens te bouwen die rendabeler zijn.

 Meer over de subsidie kunt u hier en hier lezen.

Nee. Als een windmolen niet rendabel zou zijn, zou er niet in worden geïnvesteerd.

Ja, klimaatverandering is een serieus probleem. Door de uitstoot van broeikasgassen (vooral CO2) verandert het klimaat. De aarde warmt op en daardoor verandert het klimaat. Het weer wordt grilliger: langere periodes van droogte en als het regent, regent het harder. Heftige buien komen vaker voor. Dit gebeurt ook in Nederland. Bovendien is het niet een probleem van de verre toekomst, want het klimaat verandert nu al.
Klimaatverandering is niet meer te voorkomen. We kunnen alleen nog zorgen dat het klimaat niet te veel verandert en dat kan door heel snel niet of nauwelijks nog broeikasgassen uit te stoten. Windmolens leveren daaraan een belangrijke bijdrage, net als zonnepanelen, geothermie en nog andere vormen van duurzame energie.
Het doel van het klimaatakkoord van Parijs – getekend door bijna 200 landen -  is de opwarming van de aarde beperken tot maximaal twee graden. Dan  blijven de problemen nog beheersbaar. Als we doorgaan naar drie of vier graden opwarming, zullen de problemen echt heel groot worden. Grote delen van de aarde worden dan onbewoonbaar, honderden miljoenen mensen slaan op de vlucht en de klimaatverandering zal zichzelf dan door ingewikkelde natuurlijke processen nog eens versterken. 
In dit artikel staat beschreven waarom er op korte termijn veel minder broeikasgassen moeten worden uitgestoten.

Algemene informatie over windenergie is te vinden op onderstaande websites:

Windvoorjou.nl

Op deze website van Natuur & milieu is informatie te vinden over windenergie op land. Ook leest u hier ervaringen van mensen die in de buurt van een windpark wonen.

Nwea.nl
De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) behartigt de belangen van windenergie. In de NWEA werken alle organisaties en bedrijven, die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie, samen.

Windenergie.nl
Deze site gaat over windenergie op land. De site richt zich speciaal op professionals, dus iedereen die beroepshalve te maken heeft met windenergie.

 

Rvo.nl
De website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hier vindt u onder meer antwoord op veelgestelde vragen, zoals hoeveel zonnepanelen er nodig zijn om evenveel stroom op te wekken als een windmolen. 

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief. Of bekijk regelmatig onze website.
Meer informatie over burgerinitiatief coöperatieve vereniging Bossche Windmolen West (BWW) en de participatie van bewoners en bedrijven kunt u vinden op de website van BWW. BWW is bereikbaar via info@bosschewindmolenwest.nl

Mail ons op info@windparkderietvelden.nl . Wij nemen dan zo snel mogelijk contact met u op. Vragen over burgerinitiatief coöperatieve vereniging Bossche Windmolen West (BWW) kunt u mailen aan info@bosschewindmolenwest.nl

Procedure

Klik hier voor meer informatie daarover op de website van de gemeente.

Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) besloot op 29 maart 2017 een voorstel te doen aan de gemeenteraad over Windpark De Rietvelden. Zij besloot het voorstel aan de gemeenteraad van 9 mei 2017 voor te leggen.

Voordat de raad op 9 mei hierover besloot, was er op 10 april een avond ‘Informeren en Ontmoeten’. De commissie ROB besprak het raadsvoorstel op 18 april.  

Informeren & Ontmoeten op 10 april terugluisteren kan hier.
De vergadering van de commissie ROB terugluisteren kan hier.

Een meerderheid van de gemeenteraad – 28 stemmen vóór en 10 stemmen tegen - besloot op 9 mei 2017 in te stemmen met het voorstel. Daarmee gaf de gemeenteraad aan geen bezwaar te hebben tegen het windpark. De complete vergadering van de gemeenteraad van 9 mei is hier terug te kijken. Daar vindt u ook alle officiële stukken behorende bij het besluit. Een korte video (circa twee minuten) die de vergadering van 9 mei samenvat, kunt u hier zien.  

Het was vervolgens aan de gemeente 's-Hertogenbosch om te besluiten over de aangevraagde omgevingsvergunning voor het windpark. Duurzaam energiebedrijf Raedthuys Pure Energie heeft de vergunning voor het windpark aangevraagd bij de gemeente. De gemeente heeft deze vergunning inmiddels verleend.

Voorafgaand aan het verlenen van de vergunning is een ontwerp-beschikking opgesteld. Deze lag vanaf 12 juni 2017 tot en met 24 juli 2017 ter inzage. Iedereen die wilde, kon in deze periode met een zienswijze hierop reageren. De gemeente heeft de binnengekomen zienswijzen betrokken bij de besluitvorming over de vergunning. De gemeente beantwoordt de zienswijzen in de definitieve beschikking. Ze heeft besloten de omgevingsvergunning voor het windpark te verlenen. 

De aanvraag, de definitieve beschikking voor de omgevingsvergunning en de bijlagen lagen vanaf maandag 2 oktober 2017 tot en met 12 november 2017 ter inzage. Klik hier om op de website van de gemeente ’s-Hertogenbosch daar meer over te lezen.

In de periode van 2 oktober 2017 tot en met 12 november 2017 kon beroep worden ingesteld tegen de definitieve beschikking. Er zijn 7 beroepen ingesteld. Deze zijn tijdens een zitting op 23 januari 2018 behandeld door de rechtbank Oost-Brabant.

 

Op 5 maart 2018 deed de rechtbank uitspraak. Een beroepsgrond tegen de omgevingsvergunning van Windpark De Rietvelden is gegrond verklaard. De rechtbank stelt dat windmolen 4 niet behoort tot het cluster van windmolens op een bedrijventerrein. Dat is de windmolen aan de Gemaalweg die het dichtstbij de reeds bestaande windmolen Treurenburg staat. De rechtbank heeft daarom een streep gezet door windmolen 4. Windmolens 1, 2 en 3 mogen van de rechtbank wel worden gebouwd. Lees meer over deze uitspraak van de rechtbank in dit nieuwsbericht.

Raedthuys Pure Energie is als de houder van de vergunning bij de Raad van State in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Een aantal partijen die beroep hadden ingesteld bij de rechtbank zijn ook in hoger beroep gegaan bij de RvS. Er komt een zitting bij de Raad van State waarop deze beroepen worden behandeld. De datum van deze zitting is nog niet bekend.

Participatie

Als initiatiefnemers vinden we het belangrijk dat iedereen, en in het bijzonder omwonenden, kan profiteren van het project. Invulling geven aan participatie gebeurt op verschillende manieren.

 

Coöperatieve windmolen
De initiatiefnemers werken samen met coöperatieve vereniging Bossche Windmolen West (BWW) hieraan. BWW is een burgerinitiatief zonder winstoogmerk en de doelcoöperatie die voortkomt uit Energie Coöperatie 073 (EC073).
BWW en de initiatiefnemers van Windpark De Rietvelden zijn overeengekomen dat één van de vier te ontwikkelen windmolens collectief eigendom kan worden van bewoners en bedrijven in de omgeving van het windpark. Dit is de coöperatieve windmolen.
Door één of meerdere Bossche Windmolen Delen (BWD's) te kopen, kunnen inwoners, verenigingen en kleine bedrijven uit de omgeving van het windpark mede-eigenaar worden van de coöperatieve windmolen.

 

Bossche Windmolen Delen: hoe werkt dat?
U wordt lid van coöperatie BWW en koopt een of meerdere Bossche Windmolen Delen. Samen met andere Bossche burgers, verenigingen en kleine bedrijven uit de omgeving van de windmolen wordt u eigenaar van de Bossche Windmolen West. Als mede-eigenaar hebt u recht op een deel van de lokaal geproduceerde groene stroom die uw eigen windmolen opwekt. De windmolen komt volledig in handen van Bossche burgers, verenigingen en kleine bedrijven. 

  • Coöperatie BWW splitst de windmolen in tienduizenden stukjes: de Bossche Windmolen Delen (BWD’s).
  • Voor €16 wordt u lid van coöperatie BWW en kunt u één of meerdere Bossche Windmolen Delen kopen.
  • Eén BWD levert afhankelijk van de wind jaarlijks ongeveer 250 kilowattuur (kWh) op.
  • Eén BWD kost eenmalig €190 en jaarlijks €9,50 aan onderhoudsbijdrage.
  • U kunt tot maximaal uw eigen elektriciteitsverbruik aan Bossche Windmolen Delen kopen (tot een maximum van 10.000 kWh)
  • Zolang de windmolen draait (gegarandeerd 20 jaar), ontvangt u groene, lokaal opgewekte stroom van uw eigen windmolen – gewoon via uw huidige aansluiting.
  • De terugverdientijd is vergelijkbaar met die van zonnepanelen op uw eigen dak: ongeveer 6 à 7 jaar.

Bossche Windmolen Delen: voor wie?
Alle huishoudens, verenigingen en kleine bedrijven in de postcodegebieden 5211, 5212, 5221, 5222, 5223, 5224 en 5231 met een kleinverbruik aansluiting (maximaal 3 x 80 A) kunnen een of meerdere Bossche Wind Delen (BWD’s) aanschaffen. Klik hier voor een plattegrond. Inwoners, verenigingen en kleine bedrijven in het groen gekleurde gebied op deze plattegrond kunnen BWD's aanschaffen.
U kunt maximaal uw eigen elektriciteitsverbruik aan Bossche Windmolen Delen kopen. Met een maximum van 10.000 kWh per jaar, oftewel maximaal 40 BWD’s.
Het is mogelijk voor zo'n 3000 huishoudens, verenigingen en bedrijven om deel te nemen aan Bossche Windmolen West. 

Het model voor de Bossche Windmolen Delen is gestructureerd op basis van de Regeling Verlaagd Tarief Collectieve Opwekking (RVT), ook bekend als de Postcoderoosregeling.
Alle mede-eigenaren van een collectieve productie-installatie voor duurzame energie die in het postcodegebied waarin deze installatie staat of in een aangrenzend postcodegebied wonen of werken, krijgen korting op de energiebelasting over hun deel van de door deze installatie geproduceerde elektriciteit.
Het is overigens voor het eerst in Nederland dat een windmolen via deze Postcoderoosregeling wordt gerealiseerd.

Coöperatie BWW kiest voor de Regeling Verlaagd Tarief in de structurering van het coöperatief eigendomsmodel, omdat:

  • het de direct omringende huishoudens en bedrijven ten goede komt.
  • dit model het hoogste rendement oplevert.
  • deelnemers daadwerkelijk hun eigen duurzame energie opwekken en geleverd krijgen.

Meer informatie of BWD's aanschaffen?
Meer informatie hierover staat op de website van BWW. Via de website is het ook mogelijk om BWD's aan te schaffen. De verkoop van BWD's is namelijk begonnen op 5 september 2017. 

 

Gebiedsfonds
Daarnaast houden Raedthuys Pure Energie en BWW zich aan de gedragscode Wind op Land van branchevereniging NWEA. Daarom wordt vanuit windpark De Rietvelden 0,50 euro per opgewekte MWh (megawattuur) per jaar beschikbaar gesteld voor een gebiedsfonds voor de omgeving. 
De beoogde windmolens wekken per jaar een bepaald aantal MWh op. Die hoeveelheid opgewekte stroom wordt vermenigvuldigd met 0,50  euro. Dat is dan het budget per jaar dat beschikbaar is voor de financiële participatie. Deze bijdrage wordt 15 jaar lang afgedragen.
In samenspraak met initiatiefnemers en omwonenden zal een gebiedsfonds worden opgericht. Daarmee kan een deel van de (financiële) opbrengst ten goede komen aan de omgeving van het windpark.

Gevolgen van windmolen

De luchtstroming om de draaiende wieken van een windmolen maakt geluid. Het geluid van de bewegende delen zoals de tandwielkasten is nagenoeg verwaarloosbaar, maar ook daarmee wordt rekening gehouden. Het windmolengeluid is niet constant en hangt af van de windsnelheid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van geluidsarme windmolens. Dit is bereikt door betere geluidsisolatie, verlaging van het toerental en een verbeterd ontwerp van de wieken. Deze ontwikkelingen gaan nog steeds door waardoor windmolens steeds stiller worden.

Om geluidshinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn er wettelijke normen opgesteld:

  • De eerste norm voor het geluid van windmolens is Lden 47 dB (decibel). Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van geluidsgevoelige objecten zoals woningen, scholen en zorgcentra mag ontstaan. Dit mag gemiddeld over een jaar niet meer dan Lden 47 dB zijn. In het getal Lden zijn voor de avond en nacht extra toeslagen verwerkt, waardoor het werkelijke gemiddelde geluidniveau ongeveer 6 dB lager is dan Lden 47 dB.
  • De tweede norm is Lnight 41 dB. Deze norm is specifiek voor de nacht. Dit werkt hetzelfde als de norm van Lden 47dB, maar het verschil is dat het geluid ’s nachts buiten op de gevel dan gemiddeld over een jaar niet meer dan Lnight 41 dB mag zijn. Deze norm van Lnight is ingevoerd naast de norm van Lden om te zeker te stellen dat de nachtrust van omwonenden wordt beschermd. 

 

Geluid windpark De Rietvelden op de kaart

Klik hier voor de kaart waarop de geluidscontour van Lden 47 dB van windpark De Rietvelden staat aangegeven.
Klik hier voor de kaart waarop de geluidscontour van Lnight 41 dB van windpark De Rietvelden staat aangegeven.

De rode lijnen op deze twee kaarten geven aan waar het geluid gemiddeld over een jaar Lden = 47 dB respectievelijk Lnight = 41 dB is.

Hoe verder buiten deze cirkels, hoe minder er te horen is van de windmolens. Dat betekent niet dat er kan worden gegarandeerd dat omwonenden die buiten deze cirkels wonen de windmolens nooit zullen horen. Wel blijkt uit de praktijk – de normen gelden voor alle windmolens – dat de overgrote meerderheid van de omwonenden met deze normen geen hinder ondervindt van het geluid.

Het RIVM heeft onderzocht hoeveel mensen in hun woning hinder ondervinden van het geluid als zij óp de grens van Lden 47 dB wonen. Van die mensen heeft ruim 80 procent nooit hinder van het geluid. Ongeveer 20 procent ondervindt er wel eens hinder van. Dan gaat het dus om mensen waarbij de windmolen de hoeveelheid geluid produceert die maximaal is toegestaan. In de praktijk – en ook bij windpark De Rietvelden - is bij veel huizen de afstand tot de windmolen groter waardoor de windmolen minder goed is te horen. Daarnaast zal in deze omgeving het andere geluid (zoals van het verkeer en de industrie) op veel plaatsen dat van de windturbines vaak overstemmen.

 

Uit het onderzoek dat is gedaan voor Windpark De Rietvelden blijkt dat het cumulatieve omgevingsgeluid door de komst van de vier windmolens met maximaal 1,3 dB toeneemt. Dit onderzoek is gedaan bij enkele tientallen referentiepunten (woningen en scholen) in de omgeving van de beoogde windmolens. Hierbij is rekening gehouden met het geluid afkomstig van wegen, spoorlijn, industrie en de bestaande windmolen Treurenburg die zich in de omgeving van het beoogde windpark bevinden.

 

Of mensen last hebben van het geluid, is vaak een persoonlijke ervaring. Wie principieel tegen windmolens is, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Maar wie wel vóór windmolens is of bijvoorbeeld via een coöperatie mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks en ervaart ze niet als overlast. Daar kunt u ook meer over lezen in het ‘Kennisbericht geluid van windturbines’. Dat kunt u hier vinden.
Mede-eigenaar worden van Windpark De Rietvelden kan via coöperatie Bossche Windmolen West. Klik hier voor meer informatie daarover.

Meer algemene informatie over windmolens en geluid kunt u ook hier lezen.

Een uitgebreide toelichting op deze normen voor geluid van windmolens vindt u hier, op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die ontstaat als de zon tegen de wieken van de windmolen schijnt. Doordat de wieken bewegen, beweegt deze schaduw ook. Als deze bewegende schaduw over bijvoorbeeld ramen van woningen gaat, kunnen omwonenden dat als hinderlijk ervaren. Klik hier voor een tekening die slagschaduw illustreert. 

In de wet zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Dat betekent dat de gevel van zogeheten gevoelige objecten - zoals woningen, scholen en zorgcentra - maximaal  5 uur en 40 minuten per gemiddeld jaar mag worden geraakt door de slagschaduw. Dit geldt voor het gehele windpark. Dus de vier windmolens samen mogen gemiddeld niet meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw veroorzaken op de gevel van bijvoorbeeld een woning.

Speciale software in de windmolens zorgt dat de windmolens automatisch worden stilgezet om te zorgen dat bijvoorbeeld woningen niet meer dan 5 uur en 40 minuten per jaar worden geraakt door de slagschaduw. Bij deze berekeningen wordt ervan uitgegaan dat woningen gevels hebben met grote ramen en dat er geen objecten zoals bomen tussen de woning en de windmolen staan.
 

Slagschaduw op de kaart
Klik hier voor de kaart waarop de zogeheten slagschaduwcontour van windpark De Rietvelden is te zien.

  • U ziet op de kaart een rode cirkel. Deze rode lijn geeft goed aan waar 5 uur en 40 minuten slagschaduw per gemiddeld jaar ontstaat. Dus het gebied in deze rode cirkel kent per jaar 5 uur en 40 minuten slagschaduw.
  • De groene lijn geeft goed aan waar nul uur slagschaduw per jaar ontstaat.
  • Het gebied tussen de rode en groene cirkel kent tussen 5 uur en 40 minuten en nul uur slagschaduw per jaar.
  • Buiten de groene cirkel komt er niet of nauwelijks slagschaduw voor, of is de slagschaduw van veel lagere intensiteit door de lage invalshoek van de zon en de relatief ver weg staande windmolens. 

Meer over de slagschaduw van windpark De Rietvelden kunt u lezen in de officiële stukken behorende bij de aanvraag van de vergunning voor het windpark. Klik daarvoor hier.
Meer over slagschaduw in het algemeen kunt u hier lezen.

Er is, ondanks vele onderzoeken en studies, geen bewijs voor directe gezondheidseffecten door toedoen van windmolens. De ervaring in de praktijk ondersteunt dat: er staan inmiddels al zeker 2000 windmolens in Nederland, maar dat leidt bijvoorbeeld niet tot grote groepen omwonenden die ongezonder of ziek worden.
Ook voor de stelling dat het laagfrequente geluid van windmolens nadelige gezondheidseffecten tot gevolg heeft, is geen bewijs. Laagfrequent geluid is meegenomen in de geluidsnormen en deze normen zijn vastgesteld om omwonenden te beschermen. Daarnaast produceren windmolens beperkt laagfrequent geluid. Vergelijkingen met onderzoeken waarin het effect van industriële hoeveelheden van dit type geluid wordt beschreven, gaan mank. Bij windmolens is zeker geen sprake van dergelijke geluidsniveaus. Meer informatie over windmolens en de gezondheid van omwonenden kunt u onder andere hier, hier, hier, hier en hier lezen. In juli 2017 is met betrekking tot dit onderwerp ook nog een publicatie van GGD en RIVM verschenen.

Naar aanleiding van inspraakreacties op het onderwerp gezondheid heeft de gemeente 's-Hertogenbosch gevraagd of TNO een advies kan uitbrengen. Het advies van TNO is te vinden op de website van de gemeente, klik daarvoor hier.

De plaatsing van windmolens heeft een positief effect op de werkgelegenheid. Tijdens de bouw worden veelal lokale aannemers ingezet voor bijvoorbeeld de realisatie van civiele werken (kraanopstelplaatsen, wegen) of fundatiewerk. In de beheerfase zijn monteurs vereist voor het onderhoud van de windmolens.

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe naar is gedaan, blijkt dit mee te vallen. Woningen worden hooguit een paar procent minder waard. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect tijdelijk kan zijn, dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt. Veel meer daarover en ook een verwijzing naar de onderzoeken die zijn gedaan, is te vinden op website van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA). Ook hier en hier kunt u meer lezen over dit onderwerp.
De waarde van een huis hangt van veel factoren af. Dat zegt onder meer de NVM, vereniging van makelaars. Bij de taxatie van een woning hangt de uitkomst af van de staat van onderhoud, grootte van het huis en perceel, de indeling, constructie, de gebruikte materialen, hoe energiezuinig het is, het bestemmingsplan, grondrechten, de marktsituatie op dat moment en inderdaad ook de ligging en omgeving van het huis.
Uiteraard kan een windmolen invloed hebben. Net zoals wegen, bedrijven of een buurman die een extra schuur bouwt. Bovendien is de kans groot dat over een paar jaar veel mensen relatief in de buurt van een windmolen wonen. Dat is het gevolg van de broodnodige omschakeling naar schone energie uit onder meer windmolens. Er ontstaat een nieuwe realiteit en ook dat weegt mee in uiteindelijke bepaling van de woningwaarde. 

© Windpark De Rietvelden